Sinds de afronding van de lerarenopleiding handvaardigheid in 1990 werkt Tjitske Koopmans (geb. 1957) met diverse soorten klei in verschillende technieken. Aanvankelijk werkte zij met dunne platen uitgerolde klei. Haar uitgangspunt waren gebruiksvoorwerpen die zij in haar objecten ontdeed van hun oorspronkelijke functie. Tegenwoordig geeft zij de voorkeur aan het opkneden van klei om tot een organische vormentaal te komen, geïnspireerd door houdingen van mens- en dierfiguren. Het is een uitdaging voor haar is om deze organische vormen extreem dunwandig op te bouwen. Zij gebruikt  fijne chamotte en paperclay. In haar recente werk verwerkt zij dunne plaatjes klei om een gelaagde tekstuur te laten ontstaan. Haar gestileerde beelden die al werkend ontstaan krijgen zo een lichtheid, in letterlijke en figuurlijke zin. Met glazuur versterkt Tjitske de zeggingskracht van haar beelden.